Moses in Egypt 

 

 

Deel 1) Heel lang geleden werd een jongen geboren. Zijn volk leefde onder Egyptische onderdrukking en er was zelfs een geboortepolitiek ingevoerd die erop neer kwam dat alleen meisjes mochten blijven leven. Daarom werd de jongen door zijn moeder als baby te vondeling gelegd in een mandje tussen het riet van de Nijl. Hij werd gevonden door de dochter van de farao die daar net een bad ging nemen en de baby adopteerde. Ze noemde hem Mozes.

Deel 2) Mozes groeit op aan het Egyptische hof en komt als hij groot is tot het besef dat hij eigenlijk bij een ander volk hoort namelijk dat van Israël. Hij gaat hen opzoeken en ziet de onderdrukking door de Egyptische slavendrijvers. Hij maakt zich zo kwaad dat hij een van die slavendrijvers doodt. De farao komt er achter wat Mozes heeft gedaan. Hij is vanaf dat moment zijn leven niet meer zeker en vlucht het land uit.

Deel 3) Dan heeft Mozes een bijzondere ervaring: vanuit een brandende braamstruik die door het vuur niet verteerd wordt roept God hem. Mozes krijgt de opdracht zijn volk uit Egypte te halen en naar het land Kanaän te brengen. Zijn broer Aäron wordt door God aangewezen om voor Mozes het woord te doen. Enige tijd later verschijnen de beide broers aan het hof van de heerser van Egypte met het verzoek om het volk Israël te laten gaan. De farao weigert. Dan straft God het land met tien plagen.

Deel 4) Uiteindelijk laat de farao het Israëlische volk gaan. Het volk trekt de woestijn in en komt aan bij de Rietzee. Het water is te diep om te doorwaden en de farao is inmiddels met een legermacht ten strijde getrokken. Mozes slaat op Gods instructie met zijn stok op het water waarna een harde wind opsteekt die het water in tweeën splijt. Het volk trekt veilig over de zeebodem naar de overkant op weg naar het beloofde land Kanaän.

 

terug

 

 

 

 

 

 

.